Zelfstandigheid

Wanneer ben je echt zzp'er, en wanneer is het schijnzelfstandigheid?

Of iemand echt zelfstandig werkt, hangt af van drie dingen samen: wie bepaalt hoe, wanneer en waar het werk gebeurt; of de opdracht in de organisatie is ingebed of ernaast staat; en wie het risico draagt als het werk niet deugt. Geen van die drie beslist alleen. Wij toetsen ze vóórdat een opdracht begint, samen met de opdrachtgever, want achteraf herstellen kan niet.

4 min lezen

De vraag komt bijna elke week langs, en meestal in de vorm van een zorg: ben ik straks schijnzelfstandige? Of, van de andere kant: lopen wij risico als wij deze zzp’er inhuren? Het zijn dezelfde drie assen die dat bepalen, en ze zijn uit te leggen zonder dat u jurist hoeft te zijn.

Wat hieronder staat is geen oordeel. Wij toetsen en wij leggen uit; de Belastingdienst oordeelt. Elke aanwijzing hieronder wijst richting een uitkomst: geen van de drie beslist op zichzelf, en de weging is het werk.

Wie bepaalt hoe, wanneer en waar het werk gebeurt?

De eerste as gaat over aansturing. Niet over of iemand aardig samenwerkt, maar over wie het laatste woord heeft over de manier waarop het werk gebeurt.

Waar in de praktijk naar wordt gekeken:

  • Mag de opdrachtgever aanwijzingen geven over de uitvoering? Let op de formulering: het gaat om mogen, niet om doen. Een opdrachtgever die het recht heeft om te sturen maar er nooit gebruik van maakt, telt hier toch mee.
  • Wie bepaalt de werktijden en de werkplek? Vaste tijden, aanwezigheidsplicht en tijdregistratie in hetzelfde systeem als het personeel wijzen richting een dienstverband.
  • Mag de opdrachtnemer zich laten vervangen? Kan hij het werk door een ander laten doen als hij verhinderd is, dan wijst dat richting zelfstandigheid. Moet hij het per se zelf doen, dan wijst dat de andere kant op.
  • Is er een inspannings- of een resultaatverplichting? Een afgebakend resultaat waarop wordt afgerekend, wijst richting zelfstandigheid; meedraaien op uren wijst richting een dienstverband.
  • Zijn er functionerings- of beoordelingsgesprekken? Die horen bij een werkgever en niet bij een opdrachtgever.

Zit de opdracht in de organisatie, of ernaast?

De tweede as is de lastigste, want hier zit het detail waarvan mensen niet weten dat het meetelt. Het gaat om organisatorische inbedding: is dit werk onderdeel van de gewone gang van zaken, of staat het ernaast?

  • Doen eigen medewerkers hetzelfde werk? Wordt hetzelfde werk voor een groot deel ook door mensen in loondienst gedaan, dan is dat een sterke aanwijzing richting inbedding.
  • Waarom is het uitbesteed? Kennis die er in de organisatie niet is, wijst richting zelfstandigheid. Een tekort aan handen wijst de andere kant op.
  • Geldt het personeelsreglement? Dezelfde huisregels, dezelfde verlofprocedure, dezelfde verplichte cursussen: dat is de organisatie die zich om de opdracht heen sluit.
  • Krijgt de opdrachtnemer een e-mailadres op het domein van de opdrachtgever? Dit is de kleinste en tegelijk de meest voorkomende. Het gebeurt bijna altijd uit praktische overwegingen, en het telt toch mee.
  • Gaat hij mee naar personeelsbijeenkomsten? De kerstborrel, de teamuitjes, de maandelijkse afdelingsmeeting: het zijn geen doorslaggevende punten op zichzelf, maar ze vullen wel het plaatje.
  • Geeft hij leiding aan personeel van de opdrachtgever? Dat wijst sterk richting een positie ín de organisatie.

Wie loopt het risico als het misgaat?

De derde as gaat over ondernemerschap: draagt de opdrachtnemer werkelijk eigen rekening en risico, of alleen op papier?

  • Wie betaalt het herstelwerk? Moet de opdrachtnemer een fout in eigen tijd herstellen, dan wijst dat richting zelfstandigheid.
  • Wie is aansprakelijk voor schade? En is die aansprakelijkheid verzekerd?
  • Voert hij zijn eigen naam richting relaties van de opdrachtgever? Of is hij voor de buitenwereld niet van het eigen personeel te onderscheiden?
  • Is hij herkenbaar als werkend vóór die organisatie, met een visitekaartje en een handtekening van de opdrachtgever? Dan wijst dat richting inbedding.

Waarom wij vóóraf toetsen, en niet achteraf

Bij ons lopen zzp- en freelanceopdrachten via onze partner Servorg, met een checklist die wij ook aan de opdrachtgever voorleggen. Die lijst loopt precies deze drie assen langs, en beide partijen ondertekenen hem voordat het werk begint.

Dat is geen formaliteit, en de reden is hard: gaat het mis, dan ligt de rekening bij de opdrachtgever. Oordeelt de Belastingdienst achteraf dat er sprake was van schijnzelfstandigheid, dan verhaalt Servorg de naheffing en de boetes op de opdrachtgever. Wij vertellen dat liever vooraf dan achteraf.

Daarom zijn onze eisen aan de opdrachtgever strenger dan aan de zelfstandige. Dat klinkt omgekeerd, en het is het ook: de meeste risico’s ontstaan aan de kant van de opdracht: hoe die is ingericht, wie er stuurt, en of het werk zich laat afbakenen. Daar valt de meeste winst te halen, dus daar ligt de lat het hoogst.

Haalt een opdracht de toets niet, dan bieden wij hem waar mogelijk aan op basis van detachering via een van onze andere merken. Het werk blijft dan bestaan; alleen de vorm waarin het wordt uitgevoerd verandert.

En de Wtta, komt die er nog overheen?

Ja, maar later, en het is een ander onderwerp. De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten gaat over wie arbeidskrachten mág uitlenen, niet over de vraag of een opdracht zzp-werk is. De tijdlijn staat op onze pagina over zzp en freelance en op de inkooppagina, op één plek en met de datum waarop wij hem hebben nagekeken. Er is vandaag nog geen enkele uitlener toegelaten.

Wilt u weten of een specifieke opdracht die toets haalt? Leg hem voor. Dat kost een gesprek en het scheelt in het slechtste geval een naheffing.

Veelgestelde vragen

Word ik als zzp'er getoetst?

De toets gaat over de opdracht en niet over u als persoon. Beoordeeld wordt hoe het werk is ingericht: wie het aanstuurt, of het in de organisatie is ingebed, en wie het risico draagt. Dezelfde persoon kan bij de ene opdrachtgever als zelfstandige werken en bij de andere niet.

Wat gebeurt er als een opdracht niet door de toets komt?

Dan gaat de opdracht niet door als zzp-opdracht. Wij bieden hem waar mogelijk aan op basis van detachering via een van onze andere merken, zodat het werk blijft bestaan en alleen de vorm verandert.

Wie draait op voor een naheffing?

De opdrachtgever. Oordeelt de Belastingdienst achteraf dat er sprake was van schijnzelfstandigheid, dan worden de naheffing en de boetes op de opdrachtgever verhaald. Dat is de reden dat de toets vóóraf gebeurt en niet achteraf.

Geldt dit ook voor korte opdrachten?

Ja. De duur van een opdracht is geen zelfstandige toets. Een opdracht van zes weken die volledig in de organisatie is ingebed en van dag tot dag wordt aangestuurd, wijst net zo goed richting een dienstverband als een opdracht van twee jaar.

Vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem contact met ons op via info@datastudent.nl.

Soort artikel

FeitenVerschillen en definities. Wat is wat, en waarin zit het onderscheid.

Labels